Wat is de omloopsnelheid van de voorraad en hoe bereken je die?
De omloopsnelheid van de voorraad laat zien hoe vaak uw gemiddelde voorraad in een periode is verkocht en aangevuld. Zo ziet u het snelst hoe lang uw geld op de plank ligt.
Omloopsnelheid = kostprijs van de omzet in de periode ÷ gemiddelde voorraadwaarde. De gemiddelde voorraad is het gemiddelde van begin- en eindvoorraad. Een omloopsnelheid van 6 betekent dat de voorraad in die periode zes keer is vernieuwd.
De formule en haar onderdelen
U heeft drie getallen nodig, allemaal over dezelfde periode en op dezelfde manier gewaardeerd, bijvoorbeeld tegen gewogen gemiddelde inkoopprijs. Verkoopprijzen aan de ene kant en inkoopprijzen aan de andere kant geven een te hoge uitkomst.
- Kostprijs van de omzet: wat de verkochte artikelen in de periode hebben gekost
- Gemiddelde voorraadwaarde: (beginvoorraad + eindvoorraad) ÷ 2
- Opslagduur in dagen: aantal dagen in de periode ÷ omloopsnelheid
Wat een hoge of lage omloopsnelheid zegt
Een hoge omloopsnelheid betekent dat goederen snel verkopen en er weinig geld vastzit. Is hij erg hoog, dan grijpt u misschien vaak mis; controleer dan uw minimale voorraad en de levertijden.
Een lage omloopsnelheid kan wijzen op winkeldochters, te grote inkopen of voorraad die over datum kan raken. Er bestaat geen vast goed getal: levensmiddelen draaien veel sneller dan onderdelen. Het nuttigst is dezelfde productgroep te vergelijken met haar eigen eerdere periodes.
Waar u de cijfers in GiroPS vindt
Het rapport Winst & verlies geeft de kostprijs van de omzet voor de gekozen periode, berekend tegen gewogen gemiddelde inkoopprijs. De voorraadwaarde staat in het voorraadrapport en het bedrijfsoverzicht, op basis van de positieve hoeveelheid van artikelen met voorraadbeheer.
Noteer de voorraadwaarde aan het begin en het eind van de periode, neem het gemiddelde en deel de kostprijs van de omzet daardoor. Artikelen zonder inkoopprijs worden niet goed gewaardeerd; vul ontbrekende prijzen dus eerst aan.
Praktijkvoorbeeld
Voorbeeld: één kwartaal
De kostprijs van de omzet van een winkel bedraagt in drie maanden 180.000. Aan het begin van het kwartaal was de voorraad 50.000 waard, aan het eind 40.000. De gemiddelde voorraad is (50.000 + 40.000) ÷ 2 = 45.000 en de omloopsnelheid 180.000 ÷ 45.000 = 4. Over 90 dagen is de opslagduur 90 ÷ 4 = 22,5 dagen: gemiddeld verkoopt een artikel binnen ruim drie weken.
Veelgestelde vragen
Mag ik de omloopsnelheid met de omzet berekenen?
Dat kan, maar de uitkomst valt te hoog uit omdat verkoopprijzen uw winst bevatten. De voorraad is tegen inkoopprijs gewaardeerd, dus is het consequent om ook de kostprijs van de omzet te gebruiken. Rekent u toch met omzet, vermeld dat dan.
Welke periode kies ik het best?
Maand, kwartaal of jaar kan allemaal; belangrijk is dat u periodes van dezelfde lengte vergelijkt. Bij seizoensproducten vlakt een jaarberekening een misleidende losse maand uit.
Hoe verbeter ik de omloopsnelheid?
Koop trage artikelen in kleinere hoeveelheden in, stem de minimale voorraad van snellopers af op echte verkopen en zie vroeg welke voorraad u met korting moet opruimen. Het doel is geen leeg schap, maar dezelfde omzet met minder vastgelegd geld.