Wat is brutowinst en hoe berekent u die?
De brutowinst is het geldbedrag dat een onderneming overhoudt van de netto-omzet (exclusief btw) nadat uitsluitend de directe inkoop- of productiekosten van de verkochte goederen (de inkoopwaarde van de omzet) zijn afgetrokken. Het is de eerste belangrijke graadmeter die laat zien hoeveel geld er overblijft om huur, lonen en andere vaste kosten te betalen.
Brutowinst = Netto-omzet − Inkoopwaarde van de omzet (kostprijs verkopen). Uitgedrukt als bedrag in valuta (en niet als percentage) meet het de directe handelswinst voordat bedrijfskosten zoals winkelhuur, personeel en energie worden afgetrokken.
De brutowinstformule en de drie onderdelen
Voor een zuivere berekening moeten zowel de verkoopopbrengst als de inkoopkosten exclusief btw worden genomen. Daarnaast trekt u verleende regel- en documentkortingen en retouren van klanten af van de bruto-omzet om op de daadwerkelijke netto-omzet uit te komen.
Belangrijk uitgangspunt: u trekt niet alle inkoopfacturen van die maand af, maar alleen de gewogen gemiddelde kostprijs van de artikelen die in die periode **daadwerkelijk zijn verkocht**.
- Netto-omzet: Totale verkoopopbrengst exclusief btw na aftrek van verleende kortingen en retouren.
- Inkoopwaarde van de omzet: De totale gewogen gemiddelde inkoopprijs van de in die periode verkochte eenheden.
- Brutowinst: Het directe handelsresultaat in geld dat overblijft wanneer u de inkoopwaarde aftrekt van de netto-omzet.
Verschil tussen omzet, brutowinst, nettowinst en brutowinstmarge
Omzet is simpelweg het totaal van uw verkopen; een hoge omzet betekent nog geen winst als de inkoopprijs bijna het hele bedrag opslokt. Brutowinst is wat er overblijft nadat de verkochte goederen zelf zijn betaald. Trekt u van die brutowinst alle algemene bedrijfskosten af (huur, salarissen, stroom, vervoer), dan houdt u de **nettowinst** over.
Daarnaast is **brutowinst** een bedrag in geld (bijvoorbeeld 65.000), terwijl de **brutowinstmarge** datzelfde bedrag uitdrukt als percentage van de netto-omzet (bijvoorbeeld 32,5%).
Brutowinst en productwinstgevendheid volgen in GiroPS
Bij voorraadartikelen werkt GiroPS bij elke nieuwe inkoopfactuur automatisch de gewogen gemiddelde kostprijs bij. In de **Verkoopanalyse** en het **Winst-en-verliesrapport** ziet u voor elke gekozen periode direct de netto-omzet exclusief btw, de kostprijs van de verkochte goederen en de exacte brutowinst.
Wanneer u ook uw dagelijkse bedrijfskosten via de uitgavencategorieën vastlegt, trekt het Winst-en-verliesrapport deze kosten van de brutowinst af en toont het uw echte nettowinst. Met de gratis rekentools `profit-margin-calculator` en `break-even-calculator` op onze website kunt u bovendien snel uw verkoopprijzen en break-evenpunt doorrekenen.
Praktijkvoorbeeld
Rekenvoorbeeld: van maandomzet naar brutowinst en nettowinst
Een ijzerwarenwinkel realiseert in een maand 220.000 aan verkopen exclusief btw. Na aftrek van 20.000 aan actiekortingen en klantretouren bedraagt de Netto-omzet 200.000. De gewogen gemiddelde inkoopprijs (inkoopwaarde van de omzet) van de in die maand verkochte artikelen is 135.000. De maandelijkse Brutowinst bedraagt dus 200.000 − 135.000 = 65.000 (een brutowinstmarge van 32,5%). Uit deze 65.000 brutowinst betaalt de ondernemer 40.000 aan huur, lonen en vaste lasten, waardoor er onderaan de streep 25.000 nettowinst overblijft.
Veelgestelde vragen
Verlaagt onverkochte voorraad in het magazijn direct mijn brutowinst?
Nee. Zolang ingekochte artikelen nog in het schap liggen, tellen ze mee als voorraadwaarde; de inkoopkosten komen pas in de brutowinstformule terecht op het moment dat het artikel wordt verkocht, al houdt extra voorraad wel kasgeld vast.
Waarom kan een bedrijf een mooie brutowinst hebben en toch verlies draaien?
Omdat de brutowinst alleen de directe kosten van de verkochte goederen dekt. Als uw vaste bedrijfskosten zoals huur, personeel en energie hoger zijn dan de behaalde brutowinst, eindigt u de maand met een nettoverlies.
Wat zijn de meest praktische manieren om de brutowinst te verhogen?
Onnodige kortingen beperken, scherpere inkoopprijzen bedingen bij leveranciers, breuk en derving in het magazijn terugdringen en in de verkoop meer nadruk leggen op producten met een hogere marge.